Mijn kamertje
Al negen jaar woon ik in een gezellig studentenhuis in de Herewegbuurt in Groningen. Na eerst een kleine kamer te hebben bewoond, mocht ik na drie jaar doorschuiven naar de ruime zolderkamer. “Een zolderkamer met uitzicht op de Martinitoren”, aldus de huiseigenaar. Dat die Martinitoren er vanuit mijn raam uitzag als een televisiemast, een ielig streepje in de lucht, mocht de pret niet drukken. Want het was wel een kamer van 40m2. Tenminste, ik had 40m2 vloerbedekking nodig om de vloer te bedekken, de schuine daken en daarmee een groot verlies aan ruimte vergeten we voor het gemak even.
Een kamer met een eigen keukentje. Nou ja, een aanrecht inclusief elektrisch tweepits-kookplaatje en exclusief afzuigkap. Een kamer met een kachel waarvan de afvoerbuis met aluminiumfolie is vastgeplakt (omdat ie anders uit elkaar valt?). Een kamer waarbij je eigenlijk niets onder je schuine ramen kan zetten, want mocht het gaan regenen is het niet zeker of de regen naar binnen loopt of buiten blijft. Maar toch een kamer waar ik met veel plezier heb gewoond.
Op deze kamer zit ik nu dit stukje te typen. Eén van de laatste keren… want ik ga verhuizen.
En ook al was mijn kamer niet helemaal perfect, er afscheid van nemen is moeilijk. Alle negatieve punten zijn dan ineens niet zo negatief meer. En genoeg positieve dingen komen in me op (”ik heb zo’n leuk buurtje”, “mijn kamer is zo lekker licht”).
Maar over dit overdreven positivisme ben ik toch maar heen gestapt. Afwachten of er warm water uit de boiler komt, een sneeuwstorm op je televisie en gepruts met kabels om het internet aan de praat te krijgen is gewoon niet altijd leuk. 
Dus appartementje midden in het bruisende centrum van Groningen: here I come!